De Naam Jahweh - de HEERE
De Evangelische Bijbelvertaling (EBV) maakt voor het Oude Testament gebruik van de tekst van de Bible Hebraica Stuttgartensia (BHS) van 1997.
De Massora van Christian D. Ginsburg (1831–1914) vinden wij een uitgebreide documentatie van zijn onderzoek van alle hem ter beschikking staande manuscripten van de Hebreeuwse tekst van de Tenach, het Oude Testament. In het bijzonder deed hij onderzoek naar de kanttekeningen die de Masoreten in de marges van de manuscripten plaatsten.
In deze documentatie vinden wij in Massora §§ 107-115 een opsomming van 134 plaatsen waar de ‘schrijvers’, de ‘soferim’ de naam ‘Jahweh’ (4909 keer in de BHS) / ’Jᵉhovah’ (244 keer in de BHS) in ‘Adonai’ veranderden. De meningen verschillen over de achterliggende redenen. In ieder geval lijkt het beter om dit in de voorkomende gevallen recht te zetten.
In de BHS van 1997 zijn de volgende 6 verzen op de lijst van Ginsburg inmiddels aangepast (hfdst. en versnummering conform de EBV):
Ps. 22:20; Ps. 35:5, 22; Ps. 68:26; Ez. 21:13; Ez. 33:29. Overal waar wij in deze Masoretische tekst van de BHS van 1997 de naam JHWH vinden, is deze in de Evangelische Bijbelvertaling (EBV) weergegeven als ‘de HEERE’ of ‘HEERE’, d.w.z. met 5 hoofdletters.
In de volgende 134 Bijbelverzen van de lijst van Ginsburg, met uitzondering van de 6 roodgemarkeerde verzen die inmiddels al in Masoretische tekst zijn aangepast, vertoont de BHS van 1997 echter nog steeds deze tekortkoming:
• Gen. 18:3, 27, 30, 32; 19:18; 20:4. (6 x)
• Ex. 4:10, 13; 5:22; 15:17; 34:9, 9 (twee keer in 1 vers). (6 x)
• Num. 14:17. (1x)
• Joz. 7:8. (1x)
• Ri. 6:15; 13:8. (2x)
• 1 Kn. 3:10, 15; 22:6. (3x)
• 2 Kn. 7:6; 19:23. (2x)
• Ezra 10:3. (1x)
• Neh. 1:11; 4:8. (2x)
• Job 28:28. (1x)
• Ps. 2:4; 16:2; 22:20, 31; 30:9; 35:5, 17, 22; 37:13; 38:10, 16, 23; 39:8; 40:18; 44:24; 51:17; 54:6; 55:10; 57:10; 59:12; 62:13;
66:18; 68:12,18,20,23,27,33; 73:20; 77:3,8; 78:65; 79:12; 86:3,4,5,8,9,12,15; 89:50, 51; 90:1, 17; 110:5; 130:2,3,6. (48x)
• Jes. 3:17, 18; 4:4; 6:1,8,11; 7:14,20; 8:7; 9:7, 16; 10:12; 11:11; 21:6,8,16; 28:2; 29:13; 30:20; 37:24; 38:14,16; 49:14. (23x)
• Lam. 1:14, 15, 15 (2 keer in 1 vers); 2:1, 2, 5, 7, 18, 19, 20; 3:31, 36, 37, 58. (14x)
• Ez. 18:25, 29; 21:13; 33:17, 29. (5x)
• Dan. 1:2; 9:3, 4, 7, 9, 15, 16, 17, 19, 19, 19 (3 keer in 1 vers). (11x)
• Amos 5:16; 7:7, 8; 9:1. (4x)
• Mi. 1:2. (1x)
• Zach. 9:4. (1x)
• Mal. 1:12, 14. (2x)
In al deze gevallen is op de deze plaatsen ‘mijn Heer’, Adonai, vervangen door ‘de HEERe’ of ‘HEERe’, dus met kleine letter ‘e’ aan het eind, zodat het voor de lezer duidelijk is dat het om een aanpassing gaat. Bovendien is de Naam ‘de HEERE’ of ‘HEERE’ op deze wijze niet alleen onderscheiden van ‘de HEERe’ of ‘HEERe’, maar ook van ‘de HEER’ of ‘HEER’ waar in het Hebreeuwse sprake is van de korte naam van de HEERE nl. ‘Jah’.
Deze aanpassing is gedaan op grond van zowel de lijst van Ginsburg, de daarmee overeenstemmende lezingen in de het OT van de Peshitta dat gedateerd wordt op de 1e/2e eeuw n. Chr. en op de daarmee overeenstemmende lezingen van de Jesajarol van de Dode Zeerollen uit Qumran, die gedateerd worden rond het begin van de 1e eeuw v. Chr. In de voetnoten van de EBV-S wordt bij deze aanpassing steeds een verklaring gegeven. In de lijst van Ginsburg wordt echter in de volgende verzen de Naam ‘de HEERE’ niet ondersteund: Joz. 7:8, Ri. 6:15, Job 28:28 en Ps. 35:17, 22., maar hebben wij wel de Naam toegevoegd als ‘de HEERe’ of ‘HEERe’ vanwege het gezag van de lijst van Ginsburg.
Verder is in de EBV in Jes. 25:9 is ‘de HEERE’ éénmaal toegevoegd op grond van de Jesajarol die gevonden is onder de Dode Zeerollen in Qumran en op grond van de tekst van de Peshitta die daarmee overeenstemt.
Verder is uit onderzoek gebleken dat de twee keer in 2 Sm. 6:12 voorkomende ‘Kist van GOD’ behoort te zijn ‘Kist van de HEERE’ wat overeenstemt met de lezing van de Peshitta en de lezing van de Targum. Dit geldt ook voor 1 Kr. 13:12, 1 Kr. 14:14 en 1 Kr. 16:1. In 1 Kr. 14:10, 11, 16 ewaar het 1 keer per vers voorkomt.
De Evangelische Bijbelvertaling (EBV) maakt voor het Nieuwe Testament gebruik van de tekst van de Aramese Peshitta, waarin de de Naam ‘Mar-Ja’ synoniem geacht wordt aan de Naam ‘Jahweh’ en vertaald wordt als ‘de HEERE’ of ‘HEERE’. De titel ‘Mar’ wordt vertaald als ‘Heer’ of ‘Here’ en is synoniem aan het Hebreeuwse ‘Adonai’ en het Griekse ‘Kurios’.
|
Bewerking |
Redactie EBV - 1 januari 2026 |