Paulus’ slotwoorden en groet
3
1 Ja, onze broeders, bid voortaan voor ons, opdat het Woord van onze Heer zich snel zal verspreiden en overal verheerlijkt zal worden, zoals ook bij jullie, ◻ ◘ 2 en wij verlost mogen worden van de slechte en kwaadaardige mensen, want niet bij alle mensen vindt men geloof. ◘ 3 Maar de HEERE is trouw. Hij zal jullie behouden en jullie redden van de boze. ◘ 4 Maar wij vertrouwen op jullie in onze Heer dat jullie gedaan hebben en ook zullen blijven doen wat wij jullie geboden hebben. ◻ 5 Onze Heer zal jullie harten richten op de liefde van GOD en op de verkondiging van het Goede Nieuws van Christus. ◻
6 Wij bevelen jullie, mijn broeders, in de Naam van onze Here Jezus Christus, dat jullie iedere broeder mijden die een slecht leven leidt en zich niet houdt aan de geboden die hij van ons heeft ontvangen. ◻ ◘ 7 Want jullie weten dat het past om ons voorbeeld na te volgen, want wij hebben ons onder jullie niet slecht gedragen. ◘ 8 Van niemand van jullie hebben wij kostenloos brood gegeten, maar door ’s nachts en overdag hard te werken en te zwoegen, hebben wij ons ingespannen om niemand van jullie tot last te zijn. ◘ 9 Niet omdat wij niet de bevoegdheid hadden, maar omdat wij jullie in onszelf een goed voorbeeld wilden geven en jullie ons voorbeeld zouden navolgen. ◘ 10 Toen wij bij jullie waren, hebben wij jullie bevolen dat als iemand niet wil werken, hij ook niet zal eten. 11 Want wij horen dat sommigen onder jullie zich slecht gedragen en helemaal niet werken, maar alleen nutteloos bezig zijn. ◻ 12 Wij gebieden hun en dringen er bij hen op aan in onze Here Jezus Christus dat zij rustig hun werk doen en hun eigen brood eten. ◻ ◘
13 Maar jullie, mijn broeders, word niet moe om goed te doen. ◻ ◘ 14 Als iemand geen gehoor geeft aan de woorden die in deze brief staan, houd hem dan op afstand en ga niet met hem om, zodat hij beschaamd wordt. ◻ ◘ 15 Houd hem niet voor een vijand, maar vermaan hem als een broeder.
16 Maar de Heer van de vrede zal jullie altijd in alles vrede geven. Onze Heer zij met jullie allen. ◻ ◘
17 Een groet met mijn eigen handschrift. Ik, Paulus, heb dit geschreven, dit is het kenmerk in al mijn brieven, zo schrijf ik. ◻ ◘
18 De genade van onze Here Jezus Christus zij met jullie allen! Amen.
Einde van de tweede brief aan de Tessalonicenzen, geschreven vanuit Laodicea in Pisidië. ◻